Onderzoek naar pilot ‘Bijstand in één dag’ laat zien: snelle inkomenssteun geeft direct rust, maar huisvesting blijft cruciaal

Hoeveel verschil maakt het als iemand in acute bestaansonzekerheid nog dezelfde dag bijstand krijgt? In een onderzoek naar de Amsterdamse pilot Bijstand in één dag onderzochten Hille Hoogland en Eva Klooster, welke betekenis snelle inkomensondersteuning heeft voor dak- en thuisloze Amsterdammers. Het beeld is duidelijk: snelheid, vertrouwen en maatwerk maken direct verschil, maar zonder passende huisvesting blijft herstel kwetsbaar.

Voor dit onderzoek spraken de onderzoekers met deelnemers aan de pilot die zich in zeer kwetsbare situaties bevonden, waaronder alleenstaande moeders met jonge kinderen en mannen die in auto’s, parken of op de bank bij bekenden sliepen.

Snelle toekenning brengt rust
Deelnemers vertelden dat de snelle toekenning van bijstand onmiddellijk rust bracht. De overbruggingslening werd gebruikt voor eerste levensbehoeften, zoals eten, kleding en vervoer, maar ook om informele schulden af te lossen. Daarnaast werd het contact met klantbegeleiders vaak omschreven als invoelend, duidelijk en steunend. Voor sommige deelnemers ontstond daardoor ruimte om opnieuw stappen te zetten richting opleiding of werk.

Tegelijk maakt het onderzoek duidelijk dat inkomenszekerheid alleen niet genoeg is. Het ontbreken van betaalbare woonruimte blijft voor veel deelnemers een fundamentele belemmering voor stabiliteit en herstel. Ook gaven deelnemers aan behoefte te hebben aan intensievere begeleiding richting werk, opleiding en huisvesting. De pilot laat daarmee niet alleen zien wat werkt in het aanvraagproces, maar ook welke randvoorwaarden nodig zijn om bestaanszekerheid duurzaam te versterken.

De pilot ‘Bijstand in één dag’ is gestart in het kader van de ‘Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen’ van de gemeente Amsterdam, de opdrachtgever van het onderzoek. Het volledige rapport is hier te lezen: ‘Bijstand in één dag’ voor dak- en thuislozen in Amsterdam