In opdracht van het College voor de Rechten van de Mens onderzochten Lonneke Bruin, Alfons Fermin, Carmen Paalman en Sylvana Robbers (allen van het Onderzoekerscollectief) in hoeverre huisartsenpraktijken beschikken over beleid tegen discriminatie, zowel richting patiënten als medewerkers.
Uit de enquête onder 958 praktijken en diepte-interviews met 17 huisartsen blijkt dat de goede intenties er zijn: 66% van de praktijken vindt antidiscriminatiebeleid (zeer) belangrijk. Maar de praktische uitwerking schiet tekort. Slechts 5% heeft dit beleid ook daadwerkelijk vastgelegd. Expliciete non-discriminatienormen, gerichte scholing en duidelijk vastgelegde verantwoordelijkheden ontbreken grotendeels. Veel praktijken gaan ervan uit dat discriminatie bij hen niet speelt, wat mede kan samenhangen met onvoldoende kennis van indirecte en subtiele vormen van discriminatie.
Het rapport concludeert dat het huidige antidiscriminatiebeleid in huisartsenpraktijken niet volledig voldoet aan de mensenrechtelijke verplichtingen. De onderzoekers doen aanbevelingen op praktijkniveau, voor beroepsorganisaties en voor de overheid.
[Het rapport is te lezen op de site van het College voor de Rechten van de Mens, inclusief een oplegger van het College]

